Uit het antwoord blijkt dat Vlaamse ondernemingen de weg naar ondersteuning duidelijk vinden, maar ook dat marktdiversificatie tijd vraagt en voorlopig nog moeilijk sluitend te bewijzen valt op basis van beschikbare macro-cijfers. 

88 bijkomende dossiers sinds april 2025, plus proactieve opvolging

Sinds april 2025 dienden 88 Vlaamse ondernemingen een dossier in of vroegen begeleiding bij het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (FIT) in verband met de Amerikaanse handelsmaatregelen. 


FIT bleef niet afwachten: in bepaalde gevallen nam het agentschap proactief contact op met ondernemingen die eerder gelijkaardige vragen stelden, om hen meteen te informeren over nieuwe beslissingen of maatregelen. Die aanpak werd door bedrijven positief onthaald. 

Daarnaast namen accountmanagers proactief contact op met 75 Vlaamse bedrijven die volgens FIT sterk geïmpacteerd worden door Amerikaanse invoertarieven. 

“Situation room” levert snellere afstemming en concrete info voor bedrijven

Een belangrijk instrument is de zogeheten “situation room”, waarin onder meer FIT en het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken (DKBUZA) samen met partners afstemmen. In zijn antwoord benadrukt de minister-president dat er wekelijks overleg plaatsvindt om actuele dossiers te bespreken, knelpunten snel te signaleren en de coördinatie tussen overheid, sectoren en bedrijven te verbeteren. Dat zou zich vertalen in een efficiëntere doorlooptijd van dossiers. 

Als concreet voorbeeld verwijst hij naar een gezamenlijk webinar over Amerikaanse tarieven met ongeveer 150 deelnemers. Er werden circa 25 vragen gesteld, waarvan een twintigtal live werd beantwoord; de overige vragen werden nadien individueel opgevolgd als aparte cases.

Diversifiëren is geen “switch” die je omdraait: 6 tot 18 maanden om te heroriënteren

Inge Brocken polste ook naar de hamvraag: zijn Vlaamse bedrijven hun export al structureel aan het verleggen naar andere regio’s (India, Afrika, Latijns-Amerika, …)? 

Het antwoord is genuanceerd. Volgens de minister-president toont onderzoek dat marktdiversificatie vaak meerdere jaren vraagt. Zelfs ondernemingen met exportervaring hebben gemiddeld 6 tot 18 maanden nodig om exportstromen effectief te beginnen heroriënteren; een volledig “exportherstelproces” kan twee tot drie jaar of langer duren, afhankelijk van sector en complexiteit. 

Op basis van de Vlaamse handelsgegevens tot en met juli 2025 kan men bovendien nog niet vaststellen dat exportstromen substantieel zijn verlegd van de VS naar andere regio’s. Om dat echt hard te maken is bedrijfsniveau-onderzoek nodig (micro-econometrisch), maar die data zijn vandaag nog niet beschikbaar. 

Exportcijfers tonen veerkracht, maar niet automatisch “structurele” verschuiving

In haar vraag verwijst Inge Brocken naar de FIT-exportanalyse: Vlaanderen zat in de eerste helft van 2025 nog slechts 1,85% onder het exportniveau van 2024, ondanks een terugval van 7,7% richting Verenigde Staten.

De minister-president stelt dat dit herstel nog geen definitief bewijs is van structurele marktdiversificatie. Er zijn wel aanwijzingen dat sommige sectoren deels compenseren via alternatieve markten, maar voorlopig wijst het beeld eerder op sectorale, tijdelijke schommelingen dan op aantoonbaar structurele aanpassingen op bedrijfsniveau. 
Ook Vlaamse statistieken onderstrepen dat de VS-schommeling een duidelijke impact had op de exportdynamiek in 2025.

Waarom dit dossier vandaag nog urgenter is

Sinds 2025 bleef de internationale handelspolitiek woelig, met blijvende discussies over (en wijzigingen in) Amerikaanse tariefregimes richting Europese goederen. Recente berichtgeving wijst erop dat hogere Amerikaanse tarieven een tastbare rem kunnen zetten op exportstromen, ook in de kern van de Europese industrie. 
Dat versterkt net de kern van Inge Brocken haar boodschap: bedrijven hebben nood aan snelle, praktische begeleiding én een langetermijnstrategie richting risicospreiding over meerdere markten.

Wat Inge Brocken hieruit meeneem

Voor mij toont dit antwoord twee dingen tegelijk:

  1. De ondersteuning is concreet en wordt opgeschaald (88 dossiers, proactieve outreach, wekelijkse coördinatie, informatiesessies).
  2. Het effect op “structurele” exportverschuivingen laat zich niet op korte termijn bewijzen, waardoor het des te belangrijker wordt om de vinger aan de pols te houden: welke sectoren vinden nieuwe groeimarkten, welke hindernissen duiken op (certificering, lokale regelgeving, distributie, financiering), en waar kan Vlaanderen nog gerichter ondersteunen.